Dat zie je bijvoorbeeld bij het gebruik van vakjargon. Termen als ‘stakeholders’, ‘implementatietraject’ of ‘integrale aanpak’ zijn binnen organisaties vaak helder, maar kunnen voor een breder publiek afstand scheppen. Eén woordkeuze kan al bepalen of een boodschap toegankelijk voelt, of juist gesloten blijft. Taal is dus niet abstract; het raakt mensen.
Ik denk dat taal niet om perfectie gaat, maar om aandacht. Je hoeft niet elke maand een nieuwe lijst met woorden uit je hoofd moet leren, maar je moet vooral bereid zijn te reflecteren. Wie spreek je aan? En waarom kies ik voor dit woord? In mijn werk als PR-medewerker ís taal de boodschap. Geen sausje dat je er later overheen giet, maar de basis zelf. En de actualiteit laat elke dag zien hoe groot de impact van één woord kan zijn.
PR maakt de impact groter
Als ik in een bericht een woord slecht kies, dan kan dit rechtstreeks in de krant terechtkomen. Dit betekent dat in mijn werk taal extra kwetsbaar is, omdat alles wat ik zeg of schrijf verder kan reizen dan dat ik dacht. Bij Continews laten we daarom ook ons werk door collega’s nalezen. Hierdoor kunnen we van elkaar leren. Het omgekeerde, een goed gekozen woord, heeft net zo’n sterk effect: het bouwt vertrouwen op, geeft ruimte, en zorgt dat jouw doelgroep je echt ziet.
Ik denk dat inclusief taalgebruik om het volgende draait: je hoeft niet alles goed te doen, maar je moet willen luisteren. Taal verandert, omdat mensen veranderen. In mijn vak als PR-professional waarin vertrouwen erg belangrijk is, kan je niet stil blijven staan.
Ilona Woud